Afgelopen weekend heb ik een zogenaamde kindertandem gehuurd. Het idee is simpel, de uitwerking geniaal. Op een normale tandem stuurt de persoon die voorop zit. Op een kindertandem is het juist omgekeerd: de achterste stuurt en schakelt (en trapt het meeste) en voorop fietst het kind. Sturen kan het kind niet, fietsen wel. Als kind is dit natuurlijk geweldig, het idee dat je zelf fietst en je moeder fietst achter je! Zusje dat achterop zit heeft niet dat fantastische vrije uitzicht! En als ouder vervoer je je kinderen op een fiets.

Heel gezellig, maar het was wel even wennen. Ten eerste, ik zag het voorwiel niet, er zat immers een kind voor. Bovendien ben je langer dan op een gewone fiets, dus dat was wat heen en weer manoeuvreren. Ik kwam er ook achter dat je niet op dezelfde afstand moest fietsen als ik gewend was. Zat ik bijna met mijn onzichtbare wiel in het achterwiel van degen voor mij en waren we bijna onderuit gegaan. Lees: bijna, want het gebeurde gelukkig niet.  Ten tweede: het fietste toch wel zwaar, ondanks de versnellingen en ondanks het gegeven dat ik inmiddels redelijk wat ben gewend met het meezeulen van al dan niet pratende bagage. Met de tegenwind was ik toch wel de slak van het gezelschap. Maar met de wind mee en een zwaar gemotiveerde peuter om iedereen in te willen halen gingen we wel lekker snel!

“Hard gaan we  he, mama? Zijn wij de eerste!”

Samen op de fiets blijft leuk. Vooral op smalle fietspaden waar het naast elkaar fietsen moeilijker is, is samen op een fiets ook nog eens praktisch. (Nog) geen gedoe wie er voor gaat en wie er achter gaat fietsen. De snelheid erin kunnen houden, omdat je als groot mens de leidende fietser bent. Geen zere arm, schouder, nek vanwege het duwen. Want ik weet dat dit er allemaal aan zit te komen! En dat is ook prima. De stap die er daarna weer komt, is dat zij, die kinders, mij eruit gaan fietsen. Maar dat duurt natuurlijk nog even, he?!

 

 

 

 

mei

18

Verkocht

Mijn ligfiets is dus verkocht. De paarse Mistral staat nu in een andere schuur, denk ik. De nieuwe eigenaar was er in ieder geval erg blij mee, en dat geeft toch weer een beetje een goed gevoel. ‘s Avonds heb ik een rondje gefietst op mijn bukfiets, noem het maar een troostrondje. Het regende en dat vond ik wel passend. Want later werd het weer droog en zag het er net zo mooi uit. Zo is het. En ik kan met volle overtuiging zeggen dat mijn bukfiets heel fijn fietst. Ik ga lekker snel weg bij de verkeerslichten en ik kan lekker stevig doorfietsen.heel fijn!

Ook vandaag heb ik weer wat kilometers gefietst. Het is toch een kwestie van kennismaken, niet waar? Bovendien is fietsen leuk en nog leuker om in een half bekende omgeving te fietsen. Zo’n omgeving waar je wel eens met de auto door heen gaat, maar nooit de kleine weggetjes hebt genomen. Op de fiets kom je dan toch op de mooiste plekken en zie je het anders. Uiteraard merk ik nu ook weer het verschil in hoogte tussen een ligfiets en een bukfiets. Niet dat ik meer zie, maar ik zie het vanuit een ander perspectief. Maar mijn tocht ging naar Bathmen. Ik was er zo weer uit, ben de Schipbeek overgestoken, de A1 onderdoor gegaan om vervolgens aan de grens van de Achterhoek te komen. Grenzen moeten niet op papier worden gemaakt, grenzen zijn het gevolg van natuurlijke barrières. Zo ook hier, het landschap was anders geworden. Het zit m in details hoor. Slingerende weggetjes of een ietsje glooiend landschap. Het blijft mij fascineren dat natuurlijke grenzen het landschap zo verschillend en variërend maken. En dat maakt fietsen voor mij ook weer zo leuk. Of het nou op een ligfiets was of op een bukfiets is.

 

 

Ik ga hem verkopen, mijn ligfiets. Met heel veel plezier (en dat is een understatement) heb ik bijna 15.000 kilometer op mijn paarse ligfiets gefietst. Voor de liefhebbers wat details: een Challenge, type Mistral, 3*9 versnellingen, Deore Xt.  Na mijn eerste fietstocht langs de Zuiderzee, wat nu het IJsselmeer heet, heb ik hem gehouden. Hij fietste te fijn om hem terug te brengen naar de verhuurder. Het enige wat er toen miste was een goede bagagedrager, dus zijn we naar Challenge gegaan en zo is er speciaal voor mij een nieuwe opgezet. Latere versies van de Mistral werden vervolgens allemaal zo uitgevoerd. Uit elkaar gehaald, in een doos gestopt, weer in elkaar gezet zijn we door Nieuw Zeeland gefietst. En natuurlijk smaakte dat naar meer, fietsvakanties zijn voor mij de ultieme vorm van vakantie vieren. Costa Rica, Engeland, Italië, Duitsland en België, we hebben het op de fiets gezien, gehoord, beleefd. Mijn ligfiets was het onderwerp van diverse internationale gesprekken. Maar ach, de standaard grapjes (lekker lui fietsen, ben je moe?) ken ik inmiddels. Net zoals het vooroordeel dat je met een ligfiets geen bergen zou kunnen beklimmen. Natuurlijk, zo snel gaat het niet, mijn minimum was 4 kilometer per uur. Maar boven ben ik altijd fietsend gekomen (oké, tikje eigenwijsheid en een drupje doorzettingsvermogen en een goede conditie willen wel helpen). En met zestig kilometer per uur (oeps) naar beneden gaan is in volle vaart genieten!

Nu heeft de ratio het dan gewonnen. Ik heb een bukfiets gekocht en ik bied mijn ligfiets te koop aan. Want in tegenstelling tot mijn ligfiets, past achter mijn bukfiets wel een aanhangfiets. Naast een kind fietsen op vakantie is toch wat handiger en veiliger op een bukfiets. Het zijn allemaal volwassen, rationele overwegingen uit veiligheid en verantwoordelijkheid. Maar toch valt het me zwaar afscheid te nemen van mijn ligfiets. Het was toch erg leuk om erop te fietsen. Het was toch net even anders dan op een bukfiets. Ik heb gewikt en gewogen, een nieuw tijdperk is aangebroken, ik neem afscheid van mijn paarse ligfiets. Wat blijft zijn de foto’s en de herinneringen aan de fietsvakanties. En natuurlijk ook het feit dat je een fietskar achter een ligfiets kunt hangen. Met twee kinderen (zolang ze nog klein genoeg zijn om in de fietskar te passen) , twee ligfietsen en twee fietskarren kun je best op vakantie; zie deze foto:

Wil je mijn ligfiets overnemen, of ken je iemand die dat zou willen? … Dan ben je helaas nu te laat. Ik heb m binnen een week verkocht.

 

 

 

mei

5

Vrij

Ik ben vrij, ik ben blij en ik rij. De lammetjes lopen in de wei, het is al mei en de vogels komen uit hun ei. Wat een heerlijke basale en kinderlijke dichtregels geven weer mijn stemming weer! Daarbij zou ik het kunnen laten. (Lees dan niet verder). Of niet. (En lees wel verder).

Ik fiets langs de IJssel en zie hoe laag het water staat. 1 meter 62. Ergens las ik dat het de laagste waterstand is sinds 1976. Wat een verschil met een paar maanden geleden toen het water bij ons aan de dijk stond. Nu is het water zo laag dat er bijna geen schepen meer varen. Er is weinig pleziervaart, want die schijnen hun havens niet te kunnen verlaten. Ook de beroepsvaart zie ik maar mondjesmaat. Zwaar beladen schepen zullen vermoedelijk vastlopen. Ik vraag me af of en wanneer er een eenrichtingsvaart wordt ingesteld, omdat inhalen of passeren ook zal leiden tot vastgelopen schepen.

Ik fiets verder en overal zie en hoor ik vogels. Ganzen met hun donzen jongen, ooievaars zoekend naar thermiek, zwaluwen die over scheren, zwanen op hun nest. Ik hoor de grutto’s en de tureluurs, de merels, de mezen en de mussen. Wat een feest om buiten te zijn.

Ik fiets over betonnen landweggetjes en smalle fietspaden langs even smalle slootjes. Een zo’n fietspad lijkt dood te lopen bij een huis waar een vrouw de was aan het ophangen is. Haar oprit is geen fietspad, dat vervolgt zijn weg naast haar huis achter de bomen. Mijn route gaat verder, langs het Apeldoorns Kanaal. Hier zwemmen de eenden en de waterhoentjes met hun donsballetjes. Hier zie ik ook geen boot, afgezien van een verdwaalde kano bij een aanlegsteiger. De reden is hier niet het gebrek aan water, maar het gebrek aan een bevaarbare waterweg. De meeste bruggen kunnen niet meer worden geopend en zijn vervolgens ook nog te laag om doorheen te varen. Jammer dus voor de beroeps- en pleziervaart, het zou een alternatief voor de lage IJssel kunnen zijn, denk ik.

Ik fiets en ik geniet. Ik geniet van de vrijheid die ik nu heb. Dat ik zomaar op een mooie zonnige dag op mijn spiksplinternieuwe fiets kan stappen en weg kan fietsen. Om vervolgens twee en half uur later weer thuis te zijn en verder kan met de dingen waar ik mee bezig was. Wat een rijkdom is die vrijheid. Want ik kan gaan fietsen zonder de belemmering van een mens, een cultuur, een organisatie, een proces, een protocol, een land. Dat is vrijheid en niet iedereen heeft die. Ik denk niet alleen aan onderdrukte mensen in Verwegistan of aan oorlogen die gaande zijn of geweest zijn. Maar ik denk ook aan alle werkende mensen die een baas, een klant, een product hebben waardoor ze nu niet vrij zijn. Haha, ik ben het wel!

april

26

Bukfiets

Ik heb mezelf een nieuwe fiets kado gedaan: een Koga Myata World Traveller, 26 inch, Deore Xt, etc. Oftewel, ik heb een bukfiets gekocht. (Een bukfiets is een fiets waarop je in tegenstelling tot een ligfiets niet liggend, maar gebukt op fietst)

Ik kon het volgens mij niet beter treffen om vandaag mijn eerste fietstocht te ervaren: de zon scheen volop, de wind was in de rug, de temperatuur was boven de 20 graden en de route van Zwolle naar Deventer was fantastisch mooi. Slingerend langs de Ijssel zag ik weilanden geel van de paardenbloemen en de boterbloemen. Bonte koeien met kalfjes liepen er doorheen. De ooievaars zaten op hun nesten. Overal hoorde ik vogels, dit waren hele mooie fietskilometers, die ik graag wilde vastleggen met mijn camera die in mijn stuurtas zat.

Want bij mijn splinternieuwe bukfiets had ik ook een handig stuurtasje aangeschaft. Kon ik makkelijk zonnebril, zonnebrand, de nodige fourage en mijn camera in stoppen. Dat handige tasje heeft een slot waarmee het op mijn stuur blijft vastzitten. Sleuteltje in het slot, even omdraaien en met een speciale handige beweging heb je het tasje los in in je hand. De meneer had in het de fietsenwinkel nog even voorgedaan. Bijzonder dat het in de winkel wel wou, maar buiten  bleek dat het hele tasje er niet meer af wil. … Dan maar de handleiding erbij pakken. En inderdaad het was heel makkelijk. Maar voordat ik zover was om de tas van mijn stuur te halen had ik een ander akkefietje, of zoals je wilt; een pechgevalletje. Ik was net de stad uit, draaide de dijk op en zag het perfecte plaatje. Ik remde. Ik stond stil. Ik viel om. Daar lag ik, op het asfalt en mijn fiets lag letterlijk aan mijn voeten ook op het asfalt. Nog geen vijf kilometer gefietst en het was me al gelukt: vallen met mijn fiets. Het was mijn eigen schuld. De pedalen van mijn fiets hebben namelijk clicks, oftewel, ik kan met mijn speciale fietsschoenen, die ook beschikken over clicks, mijzelf vast clicken aan mijn fiets. Er is een tijd geweest dat ik het nut er niet zo van inzag en alleen maar het gevaar zag: wat doe je als je stopt en je krijgt je schoenen niet op tijd los van je pedalen? Juist, dan val je met fiets en al om. Dat kun je voorkomen door al fietsend een paar keer te oefenen met vast en los te clicken. Aangezien ik dacht dat te beheersen, had ik niet geoefend. Dom, ik zou gewaarschuwd moeten zijn toen ik had gemerkt dat het vast-clicken nog niet zo soepel ging als ik gewend was.

Mijn maidentrip was 47 kilometer. Mijn totaal gefietste afstand idem. Het leuke is dat dat alleen de eerste keer zo is. En zo word en ben ik blij met mijn fiets en mijn fietstochtje.

 

 

april

20

Helm

Ben je klein, leer je fietsen, dan hoort een helm bij. Met deze stelling kun je het eens of oneens zijn, maar een peuter van twee is heel blij dat ze nu ook een helm heeft.

Ze wou een gele. En zo stapte ze de fietsenwinkel binnen: ik wil een gele. De fietsenmaker was allervriendelijkst en begripvol. Het leek alsof hij ons begreep. Hij ging ons voor naar het rek met de kinderfietshelmen waar hij het eerste exemplaar pakte: een roze met paarse bloemetjes. Ik dacht, die man heeft mijn kind niet geheel goed verstaan. Dat kan, ze praat veel, maar wat ze zegt heeft nog enige vertaling dan wel ondertiteling nodig. . De man pakte vervolgens een andere: een paarse met roze bloemetjes. Mijn beide kinderen knikten alleen maar, ze zeiden niets. Toen pakte hij een witte, met roze bloemetjes. Ik stond op het punt te gaan zeggen: ze wil een gele, maar ik dacht, ik houd me even in. Laat ze het zelf maar even uitzoeken. Vervolgens zei de beste verkoper: Maar we hebben ook nog een K3 helm. Die is ook mooi he? En kijk, die heeft een gele streep. Ken je ook de liedjes van K3? Toen dacht ik, ho! Het is nu tijd om in te grijpen! Nee, K3 doen we niet, zeg ik, wetend dat ik hiermee me mengde in een verkooppraatje tussen een verkoper en een tweejarige klant. Maar wie betaalt de helm? En, wie moet er tegen de helm aankijken? Juist, niet die man! Hij ging verder met zijn verkooppraatje:  Dat zijn onze helmen voor meisjes... Met ander woorden: doe het er maar mee, als u een gele helm wilt hebben voor uw peuter, dan heb ik alleen die K3 helm voor u.

Toen zag ik een een doos die de man niet had gepakt en blijkbaar ook niet van plan was om te pakken. Want een rode helm is per slot van rekening geen gele helm. Nee, maar een rode helm met groene blije rupsjes is wel een stuk vrolijker, leuker, kinderlijker dan de standaard roze helmpjes.  Roze kan altijd nog, maar het hoeft natuurlijk niet. Die helm zou het worden, nu alleen nog een tweejarige te zien overtuigen. Hoe te handelen? Doe als volgt. Vraag aan de tweejarige: Wil je dan een Rode Helm Met Groene Rupsjes? Nee. Natuurlijk, een peuter van twee zegt nee. Vraag vervolgens aan de driejarige zus: Wil jij  dan de  Rode Helm Met Groene Rupsjes? En wil Liesbeth dan de De Gele Helm Met Beertjes van Kathelijn? Het antwoord was wat ik wou horen: JAAAAA!!

En zo liepen ze de rest van de dag met hun helm op het hoofd.

Wat doe je als tweejarige als je loopfiets door je oudere zus van drie is afgepakt? Dan pak je haar trapfiets en ga je zelf maar fietsen.Wat doe je dan als ouder? Je kijkt met verwondering en verbazing om vervolgens er naar toe te gaan. Per slot van rekening heeft ze dan wel gefietst, maar is ze ook meerdere keren al gevallen. Niet dat ze daar wat van aantrekt. Met vallen, opstaan en weer op de fiets zitten, heeft ze ook loopfietsen geleed. Maar een fiets heeft trappers. Het zadel kan niet lager, dus zal ze eerst nog wat meer moeten groeien om ook met de voeten bij de grond te kunnen komen. En er zit een vlaggetje in de weg. Al met al, het weer op de fiets stappen is niet zo eenvoudig als op een loopfiets. Als je namelijk niet trapt en geen snelheid hebt, dan gebeurt er niets behalve omvallen. Tijd dus voor een ouderlijke actie.

Deze actie bestond eruit haar vast te houden. In haar woorden: knijpen. Ook het meelopen werd niet helemaal geïnterpreteerd zoals ik had gedacht, namelijk dat ze dan zou gaan trappen en dat ze dan die voldoende snelheid zou hebben om zelf te gaan fietsen. Kortom: ze viel weer. Maar ook dat weerhield haar er niet van om weer op de fiets te stappen. Het geduld van de ouder wordt op de proef gesteld. De volgende ouderlijke actie is dan wellicht te begrijpen: pak maar weer even die loopfiets, dan gaan we nu naar huis. Wellicht is de reactie van de tweejarige peuter ook te begrijpen: nee!

Of ze nu ook fietst? Nee. De wil en de belangstelling zijn echter in grote mate aanwezig.

Wordt dus vervolgd.

 

De zin om te fietsen zit er goed in. De ene wil dagelijks loopfietsen, de ander heeft bedacht om naar de crèche  toe fietsen. De crèche zit in Twello, 3 kilometer verderop. Zou dat kunnen? Zou het te ver zijn? Nou ja, we kunnen altijd weer omdraaien, desnoods neem ik het fietsje achterop (ik weet dat dat dat kan) en gaat Kathelijn voorop bij mij op de fiets. We hoeven niks, we hoeven niet op tijd op de crèche of waar dan  ook te zijn. Het is een vrije dag. Het is mooi weer, de zon schijnt, dus we gaan!

Onderweg, we staan een paar keer stil. Om naar lammetjes te kijken. Om uit te rusten. We fietsen en we zien dat de wielen van haar fiets veel vaker rond gaan dan die van mijn fiets. Voor mij is het leuk en een beetje spannend. Voor haar is het ‘superleuk’ en een beetje lastig.  Want halverwege zegt ze: Het is wel ver hoor. Ik wil eigenlijk wel voorop. Maar ik wil ook verder fietsen. Ik weet gewoon niet wat ik wil. Ik wil allebei. Maar dat gaat niet. Dan fiets ik wel verder. Ik kijk haar aan, vol verbazing om die afweging uit de mond van een driejarige peuter te horen. Hoor ik dit goed? Ja, ik heb het duidelijk verstaan. Prima, dan fietsen we gewoon verder. Het is nog maar een kilometer te gaan.

Bij de crèche, we zien verbaasde blikken van leidsters en nieuwsgierige blikken van mede-peuters. Dat dat indruk maakt, hoor ik als we terug fietsen: …En iedereen kijkt naar mij!

Terug naar huis. Ik vraag of ik haar fiets maar achterop zal nemen en dat zij bij mij voorop gaat. Ze zegt  Ja, maar als het niet lukt om mijn fiets bij jou achterop te doen, dan fiets ik wel verder hoor. Wat een inzicht! Want waar het me vorige weke nog wel was gelukt om een kinderfietsje achterop mee te nemen, lukt het me nu duidelijk niet. Dus fietsen we fietsen samen verder. Zij slingerend met haar vlaggetje achterop, ik in mijn eerste versnelling. Soms moet ik haar even duwen, maar dat mag de pret niet drukken. Ik ben trots. En in de woorden van Kathelijn: Wat een geluk heb ik vandaag!

Liesbeth leert (loop)fietsen. Dat gaat duidelijk in fasen. De eerste fase is interesse tonen in de loopfiets, die voorheen van grotere zus was. Ik wil loopfietsen. De volgende fase is het loopfietsen letterlijk nemen: lopen met de fiets. Dit is een fase waarin geduld en aandacht wordt gevraagd. Het tempo met een loopfiets aan de hand ligt niet zo hoog. Vervolgens hebben wij als ouders de volgende fase enigszins versneld: op de loopfiets zitten en dan te lopen. Daarna komt het: het loopfietsje aanduwen. Dat is leuk, want dan krijg je snelheid. Dat je dan als beginnende loopfietser je voetjes omhoog moet tillen, moet je ook nog even leren. Waar je echt goed snelheid kunt krijgen is van de helling naar beneden te gaan. Daarvoor kunnen wij gebruik maken van de dijk. Met sneeuw is dit natuurlijk de ideale plek om naar beneden te sleeën. Zonder sneeuw heb je dan gewoon het fietspad. En dat is grote pret: heel hard gillen en loopfietsen maar. Oke, ik loop mee, hou haar natuurlijk een beetje vast en dat is pret voor twee. Dat ze inmiddels tientallen keren al over de kop is gegaan, dat deert blijkbaar niet. Recht sturen moet je ook leren. Niet te ver voorover buigen blijkbaar ook. En dat je beter kunt vallen in de zachte berm dan op de harde straat, vind ik zelf een goede actie. Ik klop de modder er wel af, haal het een en ander uit haar mond, kijk even of ze nog heel is en daar wil ze weer: Nog een keer? Ja hoor, nog een keer. Die pret en die vlinders in de buik herken ik wel. Het vallen trouwens ook, gezien de littekens op mijn knieën.

Maar de laatste fase van het loopfietsen is van het weekend gekomen: zelf doen. Zelf doen is dus: zelf op de fiets gaan zitten, zelf lopen, zelf de voeten omhoog doen en zelf die snelheid creëren. De reden waarom ze het nu zelf wil doen is simpel. Een ander klein meisje, Simone genaamd, ging op driewieler. En die probeerde heel hard zelf te fietsen. En blijkbaar was dat nu net de knop die moest worden omgezet: dan zal Liesbeth wel even laten zien dat zij groter is en al zelf kan loopfietsen! En wij als ouders vinden dat heel handig! Loopfietsen maar.

Een kind naast je fietsen is een uitdaging. Een kind voorop de fiets te hebben is een feest. Het is leuk, het is gezellig en samen zie je nog meer. Kun je elkaar aanwijzen wat er te zien valt. Maar ja, kleine kinderen worden snel groot en het standaard-zitje voorop de fiets wordt dan al gauw te klein. Een baby die goed zit past er prima in, een dreumes ook, maar een peuter niet meer. Dat is niet alleen iets minder gezellig (achterop is ook leuk), maar ook een beetje onpraktisch. Want hoe vervoer je dan twee peuters, als er nog maar een mee kan op de fiets? Natuurlijk, daarvoor hebben we de fietskar. Dan is het praktische probleem opgelost. Maar voor kleine eindjes en omdat het leuk en gezellig is, wil ik toch graag een zitje voorop de fiets behouden.

Ik had ze al eerder gezien, de zadeltjes die op de stang van de herenfiets zijn gemonteerd. Dan heet zo’n fiets een papafiets. En ik had ze ook al gesignaleerd op damesfietsen. Navraag gedaan bij de fietsenhandel: ja, ze bestaan. Maar voor die moederfiets van je heb je wel een apart model nodig, omdat je fiets maar een buis heeft. Oh. En dat model is trouwens het duurste. Moeten we bestellen.Navraag gedaan bij de buurvrouw: hoe fietst dat nou? Prima, en het is zo gezellig. Ik was overstag. Niet langer over nadenken, piekeren of twijfelen, ik koop zelf wel zo’n zadeltje via het internet en monteer dat dan ook zelf. Wel even.

Het heeft me een halve dag, frustraties en veel nadenken gekost. Want ik mag, dankzij het op- en afriggeren van roeiboten, dan wel ervaring hebben met het vastzetten van boutjes en moertjes, grootte 10 en 13. En ik mag dan ook heel veel sleuteltjes 10-13 hebben, technisch en handig inzicht heb ik dan nog steeds niet. Ik blijf onhandig. Zo stootte ik me meer dan een keer mijn hoofd tegen het stuur, gleed diverse malen de sleutels uit mijn handen, heb ik her en der wat ringetjes gemist, draaide het zadeltje weer een andere kant op dan ik wou, verbaasde ik me over de techniek en was het misschien niet zo heel onverstandig geweest om mijn eigenwijsheid opzij te zetten en hulp te vragen. Niet gedaan. Gewoon zelf gedaan. Het heeft me opgeleverd:  een niet helemaal recht gemonteerd maar wel vast genoeg zittend zadeltje op mijn fiets, een beetje blije peuter (ik wil bloemetjes op mijn zadel), en zelfvoldoening.