Ga ik met twee peuters op de fiets door de sneeuw? Stop ik ze in de fietskar? Of ga ik de auto krabben, het koud hebben, in de file staan, wegglibberen en denken: goh, met de fiets was ik net zo snel geweest? Of pak ik de slee en kom ik er halverwege achter dat er niet overal voldoende sneeuw ligt?
En toen had ik bijna een aanrijding met een auto. Ik reed op de rotonde, ik had voorrang. Ik keek naar de afslaande auto om op te merken dat die mij had gezien. Ik keek naar de auto die de rotonde op wou rijden en die reed door. Wat gaat hier mis? dacht ik. Volgende [...]