Denk je dat het droog is, gaat het nog harder regenen. Denk je dat je nu naar buiten kan om te gaan fietsen, is het nog steeds nat. Ik heb altijd gedacht en gepropageerd dat fietsen in de regen best te doen is. Dat het best wel mee valt. Maar vandaag moet ik gedeeltelijk op mijn woorden terugkomen. Het is vreselijk!
Vanochtend heb ik mezelf gehesen in een regenbroek, ik heb mijn ontzettend goede, kwalitatief de beste, waterdichte outdoor jas aangedaan en aan mijn voeten heb ik degelijke saaie blauwe kaplaarzen aangetrokken. Mijn bril heb ik maar afgezet. En met de gedachte, mij krijg je niet klein, heb ik mijn fiets gepakt. Maar voordat ik op de fiets stapte, wist ik het al: ik ben gestoord dat ik naar buiten ben gegaan. Wat doe ik hier?
Het beeld van een regenbuitje klopt niet meer, het is buiten net zo erg als het er van binnen uit ziet. De regen komt met bakken uit de hemel. Het wordt alleen maar natter en erger. Er is geen straat meer, er is slechts water. Alle wegen, stoepen en fietspaden zijn samen veranderd in een grote regenplas. Waarom moet ik zo nodig fietsen om ergens te komen?
Toch fiets ik. Ik moet wel. Mijn jas blijkt helaas toch niet zo heel erg waterdicht te zijn. Mijn regenbroek vervult zijn functie ook niet optimaal. Alleen mijn degelijke blauwe laarzen houden mijn voeten droog. En ja hoor, daar komt weer een auto die niet anders kan dan door het water te rijden. Ik word nog natter en ik vraag me weer af waarom ik op de fiets zit in plaats van in een droog vehikel.
Het antwoord en de troost vind ik als ik de file van auto’s zie. Automobilisten zitten droog en opgesloten in hun auto, maar ze komen geen centimeter voorruit. De reden is allereerst dat iedereen de Heilige Koe heeft gepakt. Maar later blijkt dat de straat verderop is afgesloten. Er staat een te diepe plas in de tunnel. Haha, als fietser met regenlaarzen aan kan ik afstappen en verder komen. Ben ik op de fiets toch uiteindelijk wel sneller. Maar wel zeiknat…
