september

3

Te dik

Ze is twee en te dik. En ik vind dat erg grappig! Ik ben zelf namelijk aan de dunne kant. Ik kan eten wat ik wil, maar soms lijkt het wel alsof mijn credo van 15 jaar geleden nog van toepassing is. Toen roeide ik dagelijks, moest ik voor wedstrijden minder dan 59 kilogram wegen en kon ik zoveel eten als ik wou, zonder maar iets aan te komen. Destijds riep ik dus heel hard:  hoe meer ik eet, hoe minder ik weeg.  Tegenwoordig weeg ik (gelukkig)  een onsje of wat meer. Maar nog steeds vinden veel mensen mij dun en mager. Krijg ik weer de vraag, als ik iets lekkers eet: Waar laat je dat? . Tja, het geheim zal hem wel zitten in de genen. Mijn familie is ook niet echt dik. Of in het eetpatroon. Ik hou van gezond eten. Of in het bewegingspatroon. Ik kan niet een hele dag stilzitten, ik moet lopen,fietsen, roeien.

Maar ja, nu is mijn dochter van net twee te dik. Ze loopt de trap of en af, wil het liefst lopen en fietsen en ze wil absoluut  niet gedragen worden. Aan het bewegen ligt het niet, denk ik zo. Het eten dan? Ze eet (helaas) geen pasta meer. Sowieso is ze een beetje lastige avondeter geworden. Maar ze houdt wel heel erg van fruit. En tomaat. En feta. En olijven. Uiteraard krijgt ze die niet dagelijks. Zit ze dan teveel voor de televisie? Nou, nee. Televisie boeit haar niet. Boeken lezen wel. Ligt het dan aan de hoeveelheid yoghurtdrank? Nee, mevrouw, dat krijgt ze ook niet.

Waarom is ze dan te dik? Omdat ze in een half jaar tijd iets meer is gegroeid in de omvang dan in de lengte. En omdat de meettechniek veranderd is. Moest ze voorheen altijd zonder luier om op de weegschaal, nu mocht de (wellicht iets te volle luier) aanblijven. Meten is weten, zeggen natuurwetenschappers altijd. Maar dan moet je het wel goed en consequent doen. De rare sprong in de grafiek van lengte, gewicht, leeftijd maakt het consultatiebureau een beetje zenuwachtig. Wij, haar ouders, worden er niet koud of warm van. Wel volgen we het advies op van het consultatiebureau:  niet te druk te maken, hoor!

augustus

31

Reclame

Even wat reclame voor mezelf maken, maar eigenlijk vooral meedelen dat ik trots ben:

Ten eerste : lees Fietsactief! Kijk op hun website en zie daar mijn naam en mijn rondje Zutphen staan! De papieren versie heb ik nog niet gezien, dus ik ben heel benieuwd hoe het interview met mij is uitgewerkt. En hoe de foto is.. Ik moet nog even geduld hebben, het nummer wordt nog naar mij opgestuurd.

En ten tweede: lees Perspectief of zie dat je het ergens bemachtigt. Want met trots kan ik zeggen dat er twee columns van mij zijn geplaatst in dit blad. De redactie ervan heeft mij de mogelijkheid geboden om te helpen te publiceren en mijn naamsbekendheid te vergroten. Leuk he?

augustus

26

Regenachtig

Denk je dat het droog is, gaat het nog harder regenen. Denk je dat je nu naar buiten kan om te gaan fietsen, is het nog steeds nat. Ik heb altijd gedacht en gepropageerd dat fietsen in de regen best te doen is. Dat het best wel mee valt. Maar vandaag moet ik gedeeltelijk op mijn woorden terugkomen. Het is vreselijk!

Vanochtend heb ik mezelf gehesen in een regenbroek, ik heb mijn ontzettend goede, kwalitatief de beste, waterdichte outdoor jas aangedaan en aan mijn voeten heb ik degelijke saaie blauwe kaplaarzen aangetrokken. Mijn bril heb ik maar afgezet. En met de gedachte, mij krijg je niet klein, heb ik mijn fiets gepakt. Maar voordat ik op de fiets stapte, wist ik het al: ik ben gestoord dat ik naar buiten ben gegaan. Wat doe ik hier?

Het beeld van een regenbuitje klopt niet meer, het is buiten net zo erg als het er van binnen uit ziet. De regen komt met bakken uit de hemel. Het wordt alleen maar natter en erger. Er is geen straat meer, er is slechts water. Alle wegen, stoepen en fietspaden zijn samen veranderd in een grote regenplas. Waarom moet ik zo nodig fietsen om ergens te komen?

Toch fiets ik. Ik moet wel. Mijn jas blijkt helaas toch niet zo heel erg waterdicht te zijn. Mijn regenbroek vervult zijn functie ook niet optimaal. Alleen mijn degelijke blauwe laarzen houden mijn voeten droog. En ja hoor, daar komt weer een auto die niet anders kan dan door het water te rijden. Ik word nog natter en ik vraag me weer af waarom ik op de fiets zit in plaats van in een droog vehikel.

Het antwoord en de troost vind ik als ik de file van auto’s zie. Automobilisten zitten droog en opgesloten in hun auto, maar ze komen geen centimeter voorruit. De reden is allereerst dat iedereen de Heilige Koe heeft gepakt. Maar later blijkt dat de straat verderop is afgesloten. Er staat een te diepe plas in de tunnel. Haha, als fietser met regenlaarzen aan kan ik afstappen en verder komen. Ben ik op de fiets toch uiteindelijk wel sneller. Maar wel zeiknat…

In het sanitair van een camping volg ik met een half oor een dialoog tussen twee jonge vrouwen, meisjes nog. Het gaat over douchen en haren wassen. Niet zo heel boeiend, totdat ik hoor dat ze van mening zijn dat ze niet binnen 5 minuten hun haren kunnen wassen. Ik weet niet wat voor bos haar ze hebben. Ik weet wel dat ik 50 cent moet betalen om 5 minuten onder de douche te kunnen staan en dat ik dan helemaal schoon en gewassen ben.

Ik vind deze prijs-kwaliteit verhouding voor warm water redelijk prijzig. Maar het is blijkbaar nodig. Want ik hoor het ene meisje vertellen dat ze op een camping heeft gestaan waar ze zeven minuten onder de douche kon staan, dan twee minuten maar hoefde te wachten, om vervolgens weer zeven minuten onder de douche te gaan staan. Zonder dat het geld kostte. Ik ken dat systeem. Het is aangenaam. Je weet dat je douchetijd beperkt is, maar dat het warme water al verrekend is in het tarief voor een plaats op de camping.

De noodzaak om wel te moeten betalen voor het warme water dringt tot me door als het meisje, of jonge vrouw, vervolgens vrolijk vertelt dat ze toen drie keer onder de douche is gaan staan. Ja, denk ik. Door types als jij, die blijkbaar vinden dat je uren onder de douche moet staan en dit vanzelfsprekend vinden, moet ik dus betalen. Terwijl ik in drie minuten klaar kan zijn.

Het gaat mij er niet om dat, als je een mega bos haar hebt, je iets meer tijd nodig hebt om te wassen. Het gaat mij erom dat sommige mensen zich totaal niet bewust zijn van hun gedrag. Dat je blijkbaar niet in staat bent om je douchetijd te minimaliseren.

Daarom ben ik voorstander van een eerlijker betaalwijze voor het gebruik van warm water op bijvoorbeeld de camping: de keycard. Hierop staat een saldo en met dat saldo kun je douchen zo lang als je wilt. Is je saldo op, dan is het warme water op. Douche je kort, betaal je minder. En zo is dit systeem eerlijker voor iedereen.

Wie weet dat het dan tot die meisjes doordingt waar ze mee bezig zijn…

Het zal wel eigen zijn aan mijn generatie: niet kunnen kiezen omdat er zo ontzettend veel mogelijkheden zijn. Met het bijbehorende zappgedrag ben je altijd bang dat je de verkeerde keuze hebt gemaakt en dat het gras bij de buren groener zal zijn. Dus zapp je, als een televisiekijker, om maar niets te hoeven missen. Ondertussen is het een vorm van geen keuzes durven te maken.

Uiteraard is het een luxeprobleem. Want neem zoiets als een vakantie. Wij hebben besloten om nog een weekje weg te gaan. Dat is tenminste iets! Maar dan komt de eerste vraag: wanneer? Ook dat hebben we, voor ons doen, al redelijk snel kunnen besluiten. De volgende vraag is dan: waarheen? Kijk, dat wordt al iets lastiger. Want ik wil overal wel naar toe. Ik hoef maar een bestemming te zien of mijn reislust begint al te kriebelen. Toch is het dit keer niet zo moeilijk: de zee. De ontdekking ervan werd afgelopen weekend bevestigd tijdens een bezoek aan het strand bij Kijkduin. Kijkduin dan? Nou nee. Er zijn immers nog veel meer plekken die grenzen aan de zee. Bovendien hangt de beantwoording van de vraag naar de bestemming mede af van het antwoord op de vraag: hoe? Want gaan we op de fiets naar de kust? Of nemen we het vliegtuig naar de Middellandse Zee, de Kanarische Weilanden of nog veel verder weg? Of zadelen we de heilige koe op en gaan we een eindje rijden?

Voor alle drie de keuzes valt wel wat te zeggen. Ik weet het even niet meer. Maar na een poos wikken en wegen zijn we eruit: we gaan met de auto naar Zeeland. (Sorry). En we gaan op zoek naar een accommodatie. Het keuzeproces gaat verder: wat dan? Comfortabel, luxe, eenvoudig? Een huisje van een particulier of in een vakantiepark? Bij het strand? Iets verder op? Veel of weinig ruimte? Aarrg, waarom begrijpt Google mij niet als ik vraag: zoek huisje voor Marieke? Hoe moeilijk kan het zijn?

Te moeilijk soms. Het is een kwestie van zoeken, kiezen en een prijs betalen. Zowel in euro’s als in zoektijd, maar vooral in aanvaarding. Want als je hebt gekozen moet je ophouden met je af te vragen of het gras bij de buurman misschien toch niet groener zou zijn. Want dat is niet zo!

augustus

13

Bejaarde

Dit is een verhaal over de oude vrouw op het brommertje. Deze vrouw bracht een paar jaar geleden de post rond. We hoorden haar altijd aankomen, tuffend op het brommertje, rondkijkend naar de huizen en de huisnummers. Dan stopte ze en keek ze verdwaasd rond, alsof ze de weg kwijt was. We hebben wel eens gedacht dat ze echt de kwijt weg was, als je zag hoe ze eerst naar de huisnummers, vervolgens in haar mandje met post en haar witte pluizige hondje keek, en dan weer naar de huisnummers totdat ze de match had gevonden tussen poststuk en adres.

Je kunt je voorstellen dat het wel een tijdje duurde voordat de post werd bezorgd. En dan moet je ook bedenken dat ze dan, als ze het huisnummer had gevonden, ook nog van haar brommer moest afstappen. Dat ging niet zo snel. Beter gezegd: langzaam, heel langzaam. Moeizaam ook. Je zou zeggen, duidelijk slecht ter been. Eigenlijk was het een vorm van bejaardenmisbruik: de post te laten bezorgen door een bejaarde die moeite had om de weg en de huisnummers te zoeken, nauwelijks in staat was de adressen te lezen en ook nog eens slecht kon afstappen van haar brommer om naar de brievenbussen te lopen.

Dit heeft een zomer geduurd. Waarschijnlijk heeft de private postonderneming haar toen weer op straat gezet.

Daarna zag ik haar wel eens zitten op het bankje bij de rivier. De brommer stond er naast, het hondje lag op haar schoot. En het begon me op te vallen dat ze altijd op dat bankje zat. Of het nu ’s ochtends was, of ‘s middags, ze zat er. En ’s avonds zat ze er ook, met dat hondje en die brommer. Alleen in de winter heb ik haar, gelukkig, nooit gezien. Vandaag zag ik haar weer. Ze kwam me tegemoet op haar brommertje. Zonder post en zonder hondje. Maar dat realiseerde ik me pas toen ik na honderd meter dat witte pluizige beestje zag hollen. Net zo verdwaasd als de bazin. Geen idee welke richting het moest rennen. De vrouw reed verder. Zou ze weten dat ze haar hondje was vergeten?

Wanneer mag je midden op de dag je volledig overgeven aan je vermoeidheid? Wanneer mag je je ogen dichtdoen omdat je oogleden zo zwaar zijn dat ze maar blijven neervallen? Wanneer mag je lekker languit op de bank gaan liggen slapen?

Ik zou zo graag willen toegeven aan mijn slaap. Maar het kan niet. Het kan niet als je aan het werk bent.  Het kan ook niet, als je thuis bent, de spil in huis bent en twee peuters om aandacht vragen.

Had ik maar moeten slapen vannacht. Maar dat was juist het probleem. Het lukte me niet om te gaan slapen. En toen ik eenmaal sliep werd ik wakker omdat een peuter huilde. Normaal sta ik dan op, troost ik, leg ik een deken recht en ga ik weer in bed liggen en verder slapen. Maar het lukte me niet. Ik was wakker en ik bleef wakker. Ik heb de tijd op de wekker voorbij zien gaan. Ik heb mijn boek gepakt en ik ben verder gaan lezen. Maar slapen lukte me niet. Ik heb het licht zien worden. Ik heb de krant gehoord die de bezorger om kwart over vijf vanochtend in de brievenbus deed. En uiteindelijk ben ik in slaap gevallen. Totdat het zeven uur was en ik Mama hoorde. Ik dacht: Ik wil niet! Ik wil slapen! Nu.

Maar zo werkt het natuurlijk niet. Jammer dan. Ik moet opstaan en dat heb ik gedaan. Maar de hele dag achtervolgt me deze jetlag. Ik ben traag, ik ben langzaam en ik wil alleen maar slapen. Ik heb een voordeel ontdekt: ik heb me volledig aangepast aan het peuterniveau. We nemen voor alles de tijd: aankleden, eten, spelen, naar de winkel gaan. Lekker rustig aan doen. Halverwege de dag lijkt het er zelfs op dat ik ook nog zou kunnen gaan slapen. Twee peuters willen allebei naar bed. Ik ook! Maar naar bed gaan en willen slapen is voor mij een droom, voor hun een illusie. Liesbeth slaapt uiteindelijk, maar Kathelijn staat na een kwartier boven aan de trap: Mama! Ik heb al geslapen hoor! Ik neem beer Max mee. Kom je?

Mijn gedachte dat ik me kon overgeven aan mijn slaap, was leuk. En zo zit ik knikkebollend aan tafel met haar en beer Max kraaltjes te rijgen. Mama! Wakker blijven! Oogjes open! Ja, ze heeft gelijk. Overdag kan ik niet gaan slapen, hoe moe ik ook ben, hoe graag ik het ook zou willen. Later als ik een jong bejaarde ben, dan kan ik weer toegeven aan middagdutjes. Of ik verhuis naar Spanje, omdat die Spanjaarden het zo gek nog niet hebben bekeken met hun siësta. Maar zouden Spaanse peuters dan wel tussen de middag slapen?

augustus

6

Ze fietst!

Ze zit achterop bij mij op de fiets. Ze vertelt me hoe we moeten rijden: dit is toch linksaf? En dit is toch rechtsaf? Waar gaat die meneer heen? Gaat die man rechtdoor of linksdoor? Als we de straat indraaien zien we papa staan. Wat een feest. De pret is compleet als ook de drie buurkinderen terug van vakantie blijken te zijn. Ze is blij. Ze rent, ze speelt en ze ziet de fiets van het vierjarige buurjongetje staan.  ‘Mag ik daar op?’ ‘Ja hoor.’ Ze geeft me haar knuffel: ‘kun je die even vasthouden?’ Ze pakt de fiets, stapt op en fietst weg.

Ja, ze fietst weg.

Verbaasd ren ik uiteraard mee. Ik probeer haar zo soepel mogelijk, niet te strak, bij de schouders beet te houden. Mijn 15 jaar oude ervaringen van fietsles aan allochtone vrouwen komen boven.

Ze fietst!

Ze valt niet. Ze stuurt en we maken een bocht om terug te gaan. Drie blije en trotse jongens en een blij zusje rennen op haar af. Een trotse vader kijkt samen met net zo blije en trotse buren haar met bewondering en verbazing aan. Zij lacht en fietst! Dit is leuk, roept ze. Spontaan krijgen we het fietsje van onze buren. Dank! Voor hun vierjarige staat al een ander fietsje klaar in de schuur. Hij kan al fietsen, maar wil het nog niet altijd.

Ondertussen mijmer ik. Want dit is toch mooi? Dat een kind zomaar een fiets pakt en wegfietst, alsof het helemaal niet bijzonder is om te fietsen!  Nee, natuurlijk niet. Van een driewieler stap je op een loopfiets en van een loopfiets stap je op de trapfiets. Want zo heet dat nu: de trapfiets.

Ze kan alleen nog niet remmen.

Gisteren las ik weer zo’n berichtje met de strekking dat voor veel mensen het te moeilijk is om de auto te laten staan. De heilige koe is ooit aangeschaft en dan gebruik je hem ook. Of het nu voor woon-werkverkeer is, de vakantie of de boodschappen, de auto staat ervoor. Het maakt blijkbaar geen donder uit dat de benzineprijs hoog is. Ik verbaas me er oprecht over dat mensen met de auto naar de sportschool gaan. Voor mij is dit een contradictio. Waarom ga je niet op de fiets er naar toe?Net zomin ik begrijp dat mensen hun kinderen naar school brengen met de auto. Laat kinderen zelf fietsen of lopen, doe zelf mee en bevorder daarmee de verkeersveiligheid. Met een auto bereik je alleen maar het tegenovergestelde. Natuurlijk, natuurlijk, als je daarna naar het werk toe moet is het wel zo handig om dan al de auto dichtbij te hebben staan.

Tweederde van de Nederlanders begrijpt gelukkig dat je voor korte stukjes best de auto kunt laten staan. Want een autoritje voor minder dan 5 kilometer, dus het boodschappenritje maar ook de rit naar de sportschool en het wegbrengen van de kinderen kost circa 100 euro extra per jaar. En stel, utopia! dat we allemaal zo idealistisch zouden zijn, en nooit meer deze ritjes per auto zouden maken, dan scheelt het totaal 500 miljoen liter per jaar, oftewel 750 miljoen euro. Hmm, hoeveel olie is er inmiddels in de Golf van Mexico gestroomd? Wordt het niet eens tijd om inderdaad minder autoritjes te gaan maken en alvast een beetje te wennen aan het idee dat ooit deze heilige koe op is?

Terwijl ik op vakantie was, had ik twee sollicitaties lopen. Omdat ik geen telefoontjes kreeg om terug te komen voor een sollicitatiegesprek, kon ik onze vakantie gewoon voortzetten wetende dat ik niet was uitgenodigd. Bij thuiskomst zag ik de bevestiging: sorry, u bent een van de zestig kandidaten en wij hebben besloten gezien uw achtergrond en ervaring niet uit te nodigen voor een gesprek. Okee, jammer dan. En nu?

Ik ben naar Vluchtelingenwerk gestapt. Net als vele andere organisaties zoeken zij altijd vrijwilligers die een handje willen helpen. Dat wist ik natuurlijk wel, maar de stap zetten en daadwerkelijk vrijwilligerswerk te gaan doen, is voor mij blijkbaar altijd iets totaal anders geweest. Toch blijkt ook deze keer weer dat het zetten van een stap beter is dan stil te blijven staan. Er is een nieuwe wereld voor me opengegaan, een wereld die ik alleen kende van papier. Nu ik sinds twee weken werk als juridisch medewerker in het asielzoekerscentrum, (het staat op mijn visitekaartje. Het eerste visitekaartje van een organisatie waarvoor ik werk!) zie ik de mensen die om wat voor reden dan ook hun eigen land hebben verlaten en hier zijn terecht gekomen. Sommigen zitten al enkele jaren in asielzoekerscentra te wachten op een beslissing. En wat je er ook van vindt, ik kan me niet voorstellen dat iemand zou willen ruilen met de onzekerheid waar een asielzoeker in verkeert.

Ik weet dat ik ook voor onzekerheid heb gekozen. Soms breekt me het op, maar meestal geeft het me vrijheid. Zo heb ik afgelopen dinsdag een rondje Zutphen gefietst. Deze route fiets ik regelmatig, het is iets meer dan 40 kilometer en onderweg zie ik dan in ieder geval ooievaars bij Gorssel. Natuurlijk zie ik ook de IJssel, vooral bij slot Nijenbeek gaat de route er pal langs. Meestal stop ik hier even om te kijken, gewoon, omdat ik het mooi vind. Het leuke van deze keer fietsen was dat ik de route mocht gaan beschrijven voor het blad Fiets Actief. Ik heb dit blad benaderd om te vragen of ze nog iemand zochten en zo kreeg ik de opdracht om ‘mijn’ route te gaan beschrijven. Ik was helemaal in mijn element! Dit is wat ik ontzettend leuk vind: ik mag fietsen, ik mag rondkijken, observeren en schrijven. Als het goed is, wordt het in het volgend nummer geplaatst. Wordt dus vervolgd!